Author: Claire Santen

  • Wie controleert de milieuschade van afgedankte olie en gas pijpleidingen in de Noordzee?

    Wie controleert de milieuschade van afgedankte olie en gas pijpleidingen in de Noordzee?

    De Nederlandse Noordzee telt zo’n 4.500 kilometer aan olie en gas pijpleidingen, waarvan 20% buiten gebruik is. De gebruikelijke manier om deze na gebruik te ontmantelen is in situ, oftewel het achterlaten op de zeebodem. Onafhankelijk onderzoek naar de milieugevolgen blijft beperkt, terwijl meer en meer pijpleidingen aan het einde van hun levensloop komen. De overheid legt de verantwoordelijkheid voor de pijpleidingen bij olie- en gasmaatschappijen. Deze partijen hebben echter een financieel eigenbelang. Onderzoek naar de Nederlandse regulatie en vergunningen wijst uit hoe de verantwoordelijkheid voor de pijpleidingen is geregeld, en welke vragen daarmee onbeantwoord blijven.

    Het volledige academische onderzoek vind je hier!

  • De stad als mijn, circulaire sloop in de sociale woningbouw

    De stad als mijn, circulaire sloop in de sociale woningbouw

    Rotterdam zet in voor een volledig circulaire bouwsector tegen 2050. De gemeente wilt graag dat materialen die vrijkomen bij de sloop van huurwoningen volledig worden hergebruikt in de nieuwbouw. Of deze circulariteit echt duurzaam is voor mens en natuur valt in twijfel te trekken.

    Alyssa groeide op in de Wielewaal. De buurt ontstond uit noodzaak voor woningen na het bombardement op Rotterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Men bouwde de huizen snel met minimale isolatie en een verwachte levensduur van 25 jaar. 60 jaar later kondigde de gemeente Rotterdam de sloop van de buurt aan. “Toen wij dat hoorde dacht ik… fuck. Ik was van slag, het was een mooi huis. Waar we toen naar toe moesten verhuizen was prima, maar we waren wel de gemeenschap van de buurt kwijt.”

    Alyssa’s verhaal is een van velen, het afgelopen decennium zijn er ruim 4.000 woningen gesloopt in Rotterdam. De stad is ook historisch gezien één van sloop en herbouw, van verwijdering en vernieuwing, vanaf de naoorlogse tijd, tot grootstedelijke statements in haar architectuur, en nu ook de uitdaging voor het huisvesten van een groeiende bevolking. De stad opzoek naar uitbreiding, ook als dat ten koste gaat van al bestaande woningen. Sloop is niet alleen belastend voor bewoners en mens, ook het klimaat heeft het er duur mee. Bouw-en-sloop afval maken ongeveer 40% uit van het Nederlands afval, en de sector zorgt voor 11% van de nationale CO₂ uitstoot. 

    De toenemende vraag naar materialen stimuleert Rotterdam tot circulaire bouw. Dat leidt tot volledig hergebruik van sloopafval als bouwstof. Het Rotterdam Circulair (2023-2026) plan beoogt volledige hergebruik van sloopafval. De stad zet zich in om dit doel tegen 2050 te bereiken. Door de woningnood is er een urgentie in de bouw, wat niet anders is in Rotterdam, waar bijna 100.000 mensen opzoek zijn naar een woning. Zo is er met een grotere vraag voor woning echter ook een drijfveer voor de sloop van naoorlogse bouw, om zo ruimte her intekenen voor meer woningen.

    De groei van de woningvoorraad in Rotterdam valt ver achter het nationaal gemiddelde, volgens het CBS is de groei van de woningvoorraad van Rotterdam bijna 3 keer zo klein als die van Amsterdam, en praktisch de helft van die van Den Haag. Ook sinds de stad zich wijd aan circulaire sloop gaan lijken deze verhoudingen niet te veranderen. De komende 5 jaar worden ongeveer 4.500 woningen verwacht gesloopt te worden, evenveel als de afgelopen tien jaar. 

    De vraag die deze cijfers losmaken is of circulaire sloop wel degelijk zo duurzaam is, of het mogelijk sloop juist stimuleert.

    Protest spandoek bij te slopen gebouw in Sportdorp, Rotterdam.

    De circulaire belofte

    Circulaire sloop heeft een mooie belofte. In plaats van het dumpen van materialen in stortplaatsen krijgen ze een langere levensduur door het hergebruik voor andere doeleinden. Rotterdam circulair legt dit uit als “een balans vinden tussen productie en consumptie binnen de planetaire grenzen”. Echter is er weinig regulatie vanuit de gemeente voor de bestemmingen van hergebruikt sloopafval. Alexander van Leersum, transitieregisseur Circulaire bouw gemeente Rotterdam legt uit “Het is momenteel een markt dynamiek waar de interesse van bedrijven de richting van circulair bouw veel aanstuurt, wij kunnen dus niet echt controleren wat zij doen”.

    Onder die marktdynamiek is ook de merkopbouw van sloopbedrijven van belang, duurzaamheid is een belangrijk onderdeel van de ondernemingen en marketing van sloopbedrijven. Ondanks de controverse rondom het slopen van sociale huurwoningen in de stad, word het circulaire sloopbedrijf wordt daarmee geadverteerd als een sociale, duurzame onderneming. Ook circulair sloopbedrijf A. Van Liempd heeft een partnerschap met een woningcorporatie en zegt hier over “Met ruim 57.000 woningen is Woonstad de grootste van onze materialenbank partners. Samen managen wij de circulaire outflow van ongeveer 127.000 woningen! Dat is impact maken!”.

    Zo is het motto “wij slopen niet, wij delven nieuwe grondstoffen” vanzelfsprekend geworden, die logica valt onder het concept van urban mining. Urban mining verwijst naar het terugwinnen van grondstoffen en materialen uit de stad en haar stedelijke afvalstromen. Deze logica draait alleen om het feit heen dat een woning meer dan alleen materiaal is, maar ook een thuis dat niet vanzelfsprekend afval of puin hoort of hoeft te zijn. Onder het kaderen van sloop als oogst wordt het gelegitimeerd, ondanks dat haar belofte niet hand in hand gaat met de realiteit.

    Bouw-en-sloop container in Tarwewijk, Rotterdam

    De realiteit van ons afval

    Circulaire sloop zorgt nogsteeds voor veel uitstoot van broeikasgassen en afval. Bij het renoveren van een woning kan vaak 40-50% van de uitstoot verminderd worden. Circulaire sloop verminderd maar 12% van de uitstoot tegenover traditionele sloop, en is dus een stuk meer belastend op de uitstoot. Sloop is vaak goedkoper dan renovatie. Ook op de lange termijn levert circulaire sloop een beter financieel plaatje. De voorkeur voor sloop gaat dus meer om het kostenplaatje dan de zorg voor mens en natuur.

    De kost van de sloop is echter veel. Een gemiddelde gesloopte woning zorgt voor 70 ton aan afval. Sloop-en-bouw afval expert Mathijs Bijkerk legt uit “Nadat de container is opgehaald bij de plek waar het vrij komt gaat de container naar een bewerker. De inhoud zal handmatig en machinaal gescheiden worden. Hout en puin en ijzer worden er tussenuit gehaald en apart verder verwerkt. Puin en hout gaan bijvoorbeeld naar een puinbreker en kunnen ook weer ingezet worden als bouwstof.”

    Bijkerk vertelt dat 70 tot 80% van bouw-en-sloop afval weer ingezet kan worden voor hergebruik. Echter word het merendeel van dit afval hergebruikt voor laagwaardige einddoelen zoals het vullen van wegen onder asfalt. Maar 5% van het afval vind zijn weg ook daadwerkelijk terug in nieuwe gebouwen.

    Sociaal?

    Het merendeel van woningen die gesloopt worden zijn sociale huurwoningen. De stad heeft de sloop van 10.900 sociale huurwoningen op de agenda staan, terwijl er daar maar 8.400 voor worden terug gebouwd. Met als doel van de stad om meer ruimte in het midden- en hoge segment van de woningvoorraad te creëren. Het slopen van woningen is dan ook een manier om meer waarde in de woningmarkt te krijgen. Alyssa vertelt “Ik denk wel dat de nieuwe woningen zijn. Gebouwd met een nieuwe soort charme. Dat zij er meer geld voor konden vragen, die nieuwe woningen waren zeker duur”.

    De werkelijke duurzaamheid van circulaire sloop is in twijfel te trekken zodra de woningmarkt gedreven blijft door een winstoogmerk. Echter zorgt de algehele focus op recyclen binnen de bouw-en-sloop industrie ervoor dat woningen meer en meer als materiaal worden gezien in plaats van sociaal-ecologische clusters. Alyssa vindt dat het zaak is dat de bewoners deelnemen aan grote beslissingen over hun woningen “Je kan nooit iedereen blij hebben, maar mensen moeten centraal staan in de plannen, er moet echt iets veranderen”. 

    Protest spandoek in de wielewaal buurt

  • Right to the Night: The neoliberalization of Rotterdam’s night-time economy and creative spaces

    Right to the Night: The neoliberalization of Rotterdam’s night-time economy and creative spaces

    Abstract

    This qualitative research, informed by the controversy around the new zoning plan for the creative and nightlife hub of Schiekadeblok in the city center of post-industrial city of Rotterdam, explores the impact of neoliberalization of the nightlife sector on young creatives with the objective of articulating alternative concerns from disempowered youth groups. Using purposive sampling within the researcher’s own social network a varied selection of young creatives was interviewed using a semi-structured approach. The data was coded using both in-vivo and theoretically informed codes, using Young’s politics of difference and Chatterton & Hollands’s mainstreaming of nightlife. The findings reveal that young creatives struggle with the loss creative spaces to express themselves and limited opportunities for creative programming causing them to experience exclusion from the policy agenda This research contributes to a deeper understanding of the role of neoliberalization in mainstreaming nightlife and consequently inhibiting differentiated city life. The research critically asserts the need for democratic participation in urban decision-making as foundational to a just city.

    Keywords: Urban policy, Young creatives, neoliberalization, mainstream nightlife, Politics of difference.